NRC Handelsblad van 06-11-1998 Pagina 4 CS
Van een componist als Mozart, bij leven al een internationale beroemdheid, zou men verwachten dat zijn verzamelde werk reeds lang en breed in kaart is gebracht. Toch beleefde op 31 oktober in Boston Der Stein der Weisen, oder die Zauberinsel, een opera waarvan Mozart co-auteur is, zijn 20ste-eeuwse premiere. Het stuk werd vorig jaar door de Amerikaanse musicoloog David Buch herontdekt in de bibliotheek van Hamburg. Mozart had Schikaneder al in 1780 in Salzburg leren kennen, een ontmoeting waaruit Zaida voortkwam, een nimmer gerealiseerd project waarvan het grootste deel van de muziek bewaard is gebleven. Het is het schoolvoorbeeld van een Singspiel, waarin platte, carnavaleske teksten als Lass mich deine Knie umfassen, doch ich muss dich schnell verlassen worden afgewisseld met zinderende aria's als Tiger! wetze nur die Klauen. Musicoloog David Buch trof in Hamburg tevens de partituur aan van Der wohltatige Derwisch een stuk dat wordt opgeluisterd door een tovertrommel, een vuurspuwende draak en wervelende derwisjen. Ook deze opera werd door het collectief vervaardigd voor het Theater auf der Wieden en het vermoeden bestaat dat er nog meer van dergelijke stukken moeten zijn. De herontdekte Mozart-partituren zijn afkomstig uit een verzameling documenten en kunstschatten, die in het nazi-tijdperk buiten de stad werden gebracht, veilig voor de luchtbombardementen. Daar werden ze door het Russische leger geconfisqueerd en als oorlogsbuit meegevoerd. Begin jaren negentig werden ze door St.Petersburg weer aan de stad Hamburg teruggegeven. Het materiaal verkeerde echter in een dermate deplorabele conditie, dat onmiddellijk besloten werd om het in een diepvriescel op te slaan. Dit voorkwam verder intrekken van het vocht en riep een halt toe aan voortwoekerende schimmelvorming. Het lijkt een raadsel waarom het meer dan twee eeuwen geduurd heeft om deze stukken weer naar de oppervlakte te krijgen, temeer daar er in diverse geschriften melding werd gemaakt van Mozarts collaboratie. Musicologen vertonen over het algemeen een allergie voor het stof van de archiefkasten. Liever wijdt men zich vanuit het comfort van de werkkamer aan bespiegelingen omtrent het idool. David Buch vormt hierop een uitzondering. Het kostte hem enige jaren van research en vergeefse zoekpogingen, alvorens hij de werken wist te traceren. Ook de Utrechter Rob van der Hilst (46), die onder meer verloren gewaand werk van Bach op het spoor kwam bij de universiteit van Yale, is iemand die erop uit trekt. “Het is een soort detective-werk. Je gaat uit van bronvermeldingen, correspondenties, de feiten kortom en probeert na te denken waarom, waar en wanneer iets zoek kan zijn geraakt. Dat maakt de kring van het gebied waar je moet zoeken alsmaar kleiner. En dan is er de factor monnikenwerk: niet zomaar opgeven, maar door blijven spitten, terwijl de kans bestaat dat je het allemaal voor niets doet. Als het niet onder de M van Mozart staat, wil dat nog niet zeggen dat het er ook niet is. De credits voor Der Stein der Weisen zijn altijd toegeschreven aan Henneberg, die eigenlijk slechts een deeltijdwerker was. “Onder zijn naam heeft het stuk dus al die tijd op ons liggen wachten. Het is het gebrek aan financiering voor dergelijk tijdrovend en ongewis onderzoek, dat meer van deze herontdekkingen in de weg staat. In de Osterreichische Nationalbibiliothek in Wenen liggen in de kelders kilometers lange gangen vol met spullen. Hele nalatenschappen waarvan men dacht: we zetten het zo lang neer en we zoeken het nog wel eens uit, wat dus nooit gebeurde. Het is er zo groot, dat niemand eigenlijk meer precies weet waar wat staat. Als je daar gaat zoeken, dan weet ik zeker dat je van alles tegenkomt.' Mozarts bijdrage aan Der Stein der Weisen bestaat uit enige ensemblestukken, een aria met een miauwend kattenechtpaar en de finale, waarin stevig wordt uitgepakt. De componisten hanteerden een grote hoeveelheid aan stijlen, eenvoudige liedachtige Romanzen en uitgesponnen coloratuur-aria's. Het is niet echt duidelijk in hoeverre er sprake was van overleg bij het totstandkomen van de onderdelen, maar het stuk krijgt een enorme vaart door de bonte afwisseling van contrasterende tempi en toonsoorten. Het belangrijkste aspect van David Buchs vondst is echter dat het een geheel nieuw inzicht geeft in een van de witste vlekken in Mozarts biografie: de ontstaansgeschiedenis van zijnlaatste opera Die Zauberflote, die in premiere ging op 30 september 1791. Uit de partituur van Der Stein der Weisen blijkt dat Emanuel Schikaneder in het Wiednertheater een groter muzikaal en theatraal apparaat tot zijn beschikking had dan voorheen werd aangenomen. Hij liet Mozart, de enige componist uit hofkringen die voor hem werkte, eerst een tijdje warmlopen in het genre van de luchtige burgerkost. Vervolgens gaf hij hem in Die Zauberflote waarvoor Schikaneder zelf het libretto schreef, ruim baan. De stukken die Mozart in groepsverband schreef, waren vingeroefeningen voor het grotere werk en vertonen tal van onderlinge verwantschappen. De melodie van 'Ein Mann muss eure Herzen leiten' uit de finale van de eerste akte van Die Zauberflote, is identiek aan een passage in Der Wohltatige Derwisch. Waarschijnlijk werden beide rollen door dezelfde zanger vertolkt, Franz Gerl. Het is niet zeker of Mozart het origineel ook componeerde, in ieder geval citeerde hij er vrijelijk uit in Die Zauberflote. Zowel Der Stein der Weisen als Der wohltatige Derwisch waren geliefd bij het Weense publiek. De Allmanach fur Theaterfreunde drukte gravures af van verscheidene scenes, vervaardigd door Ignaz Alberti. Op het titelblad staat Schikaneder afgebeeld, in de rol van Lubano, met het daarbij behorende goudkleurige gewei op zijn hoofd. Het blad rekende de Derwisch tot een van de succesvolste opera's van het eerste seizoen onder zijn leiderschap. De directeur speelde dus gewoon mee, muzikanten timmerden aan het decor en sommige zangers componeerden. De samenwerking verliep losjes en amicaal. Het Schikaneder-gezelschap voorzag Mozart van een kring vrienden en collega's, mensen waar hij zowel mee in de kroeg kon zitten als musiceren. Uit brieven aan zijn vrouw Constanze blijkt zijn enthousiasme voor het repertoire van het Theater auf der Wieden. Het allerprettigste aan deze nieuwe kijk op Die Zauberflote is nog wel dat het alle interpretaties van de vermeende diepere betekenislagen van het libretto en de muziek belachelijk maakt. Wie gaat struinen door de boekenantiquariaten, komt ze onvermijdelijk tegen: doorwrochte verhandelingen over Die Zauberflote gezien vanuit het standpunt der Vrijmetselarij, de Rozenkruizers of de Kaballa, veelal afkomstig uit het gootsteenputje van de verbeelding. Het is alsof men zich in alle ernst zou buigen over pakweg Ti Ta Tovenaar of de danspasjes van de Macarena wil duiden op hun diepere semantische betekenis. Dr.F.deGraaff is de auteur van Die Zauberflote, het libretto verklaard uit de geest der muziek (1990), opgedragen aan zijn schoonmoeder. “In de aria van de Koningin van de Nacht komt de ware aard van de Kerk aan het licht. De wraak der hel kookt in haar hart tegen Sarastro, tegen Israel. Die heeft haar niet alleen haar dochter, de Reformatie, ontnomen, maar ook heeft hij de tegenaanval der Contra-Reformatie een halt toegeroepen.' Dr.Closset heeft zijn jas inmiddels opgehaald bij de garderobe. Het Ende der Piece is naderbij gekomen. ©Rob Zuidam 1998 |